Bestaande boerderijen.

Foto’s bestaande boerderijen

Klik op een foto om alle foto’s in groot formaat te zien.

Twee boerderijen, nu en vroeger.
Links de familie de Jonge Zuidlangeweg. Rechts familie de Regt Oostzeedijk
Kasse schuren.

Op één van de Katse middagen bekende Lau Eikenhout ruiterlijk, dat hij van de binnenkant van schuren rond Kats niet veel af wist. Heel goed wist ie hoe de buitenkant er uit zag en wie op welke boerderij woonde in de jaren vijftig/zestig.( Zie zijn boek Ronghje Kas)
Ik zal een poging doen de binnenkant van een landbouwschuur te beschrijven.

Om het vaak grote en zware dak van een schuur te ondersteunen, schuren waren wel 40/50 meter lang en een breedte tot 15 meter en de hoogte tot 14 meter, stonden in de schuur dikke houten balken ( standers)rechtop. Als ik onze schuur, die ik redelijk ken, beschrijf waren dat 8 staanders. Op die standers lagen even dikke balken. Om deze constructie stevig te doen zijn, werd die geschraagd met schuin lopende balken, schoren.


Dakconstructie van een oude en nog steeds bestaande boerenschuren

Deze tekening verduidelijkt de constructie om het dak te dragen. Het is een voorbeeld van een etalage gebint. De staanders die verticaal verlopen met daarop de twee horizontaal verlopende balken , de overleggers. (Deze liepen bij onze schuur verder door). In de hoeken bovenin de schoren of karbelen.

Onze schuur werd door vier van dergelijke constructies, gebinten genoemd, gevormd. De gebinten waren onderling verbonden met in de lengterichting lopende lange balken. Die lengtebalken lagen op de uiteinden van de dwarsbalken ( de overleggers). Meerdere van voor naar achter lopende balken ondersteunden het dak van de schuur.
Twee gebinten vormden als het ware een paar. Stonden dicht bij elkaar, met circa 4 meter tussenruimte met daartussen de dorsvloer. De boerenwagens met de geoogste gewassen reden de dorsvloer op en de lading werd gelost in de bergruimtes, de zogenoemde tassen ter weerszijden van de dorsvloer.
Bij ons waren er twee dorsvloeren en twee kleine tassen ( opslagruimtes) en één grote, de middelste tas. Daar werden de graanschoven en het vlas opgeslagen.
In de kleine tas werden aan de kant waar de paardenstal was bijvoorbeeld erwten, hooi en voerderbieten opgeslagen. Aan de andere kant van de schuur werd in de kleine tas zaaigoed, kunstmest en gedorst graan opgeslagen.

Op de tekening zie je nog een uitbouw aan de buitenkant, die noemde men de zijbeuken. Daar was aan de mestvaalt ( mispit) kant de paarden- en koeienstal. Het is wel zo dat de zijbeuk aan de wegzijde van de schuur hoger was dan de andere kant. De hoogte was resp. circa 3 meter 60 en circa 2 meter 60 aan de mispit kant, anders dan op de tekening. In de schuur was een ruimte afgetimmerd tot een ruimte om gereedschappen e.d. op te bergen en tevens was dat een kleine werkplaats,het zogenoemde piezeltje. Het piezeltje werd ook gebruikt om te schaften.

Tussen twee gebinten boven de dorsvloer lagen een rij meest ronde balken. Die vormden een vloertje, die de dilt werd genoemd. Onze vader had hier voor ons een schommel, een touwter aan vastgemaakt. Meestal twee naast elkaar realiseer ik me nu. Hier kon je naar hartenlust touwteren.
De dilt werd als vloertje gebruikt bij het vol maken van de opslagruimtes ( tassen)ernaast. Men riekte de graanschoof van de wagen op ’t dilt en daar werd verder omhoog gestoken op de tas. Als de tas nog hoger werd, maakte men hogerop nog een vloertje tussen de gebinten ( bovenste verdieping). Hier stond weer een werker die de graanschoof nog hogerop riekte.
Zwaar, warm werk.

Tussen de stallen en de opbergruimten, de tassen, liep een gang, de zogenoemde voergang. Vanaf deze gang werden de koeien en paarden gevoerd. Er was ook nog een graanzolder aan het eind van de schuur. Men een brede trap vanuit de voergang kwam je op de graanzolder. Daar waren de enige ramen in de schuur ( zie foto van schuur) . In m’n jeugd lag daar alleen nog wat voer van onze kippen.

Dan waren er nog twee paar kleinere mendeuren. Achter die het dichtst bij het huis was het zogenoemde gereikot. Vroeger voor het rijtuig, het gerei. Nu stond daar een auto.
Achter de ander kleine mendeuren lagen de voederbieten, de mangels, voor de paarden en in een nis stonden de gewasbeschermingsmiddelen, die Ko de Boo bracht.

In het voorjaar was het licht en leeg in zo’n schuur. Alle gewassen waren gedorst of verkocht. De koeien liepen in de wei net als de paarden.
In de loop van de zomer werd de schuur voller en voller. De tassen werden gevuld, de koeien stonden weer op stal evenals de paarden. Het werd donkerder en donkerde in de schuur.
Als de gebroeders Hollestelle uit Kortgene dan met hun dorsmachine kwamen, werden de tassen even weer leger. Men dorste het graan en de erwten.
Maar het stro let men persen tot strobalen. Dat werd dan weer opgestapeld in de lege tas. Ook werd er kaf gemaakt. De vloer boven de paardenstal lag er vol mee.

Akkefietjes.
Op die zolder van de paardenstal kon je klimmen via een paar sporten net als van een wandrek in de gymzaal. Wij jongens, Herman en ik, deden dat dan en als er een berg hooi lag naast het “wandrek” sprongen wij van de zolder naar beneden in het hooi. Mijn zus probeerde dat ook een keer maar kwam verkeerd terecht. Ze deed heel raar vonden wij. Dokter Maas zei dat ze een lichte hersenschudding had. Dat vonden wij heel erg.
In een baldadige bui heb ik eens de deur bij de trap naar de graanzolder dicht gedaan en de wuurfel gedraaid. Opa, die op de zolder was, zat opgesloten. Mijn straf was zonder eten naar bed…

Zo’n boerenschuur was erg praktisch ingericht. De paarden konden zo van stal naar de drinkbak bij de drinkput ( de vaete) lopen en dan iets verder bij ‘t wagenhuis ingespannen worden. In het wagenhuis stonden de boerenwagens en was er een hok waarin de garelen hingen, ’t gareelkot.
In de oogsttijd werden aan het eind van de dag volle wagens met bijvoorbeeld graanschoven op de dorsvloer gereden. De paarden werden uitgespannen liepen door de geopende kleinere mendeuren bij de mestvaalt naar hun stal, nadat hun gareel uit was gedaan. De volle wagens werden de andere morgen als eerste gelost en als de dauw op de schoven op het land door de zon weg was, kon men weer droge schoven gaan laden.
De stallen waren aan de zonkant van de schuur. In de winter konden de stallen helemaal afgesloten worden, zodat de warmte van de dieren in de stal bleef.

Zo weet Lau en ook anderen nu iets meer over de binnenkant van boerenschuren van vroeger.

J(ew)an de Jonge.


Boerderijen rond Kats.

Hier beschrijf ik eerst de boerderijen, zoals ze in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw waren.
In het dorp Kats, in de Kerkstraat, had je toen nog één boer, die koeien hield. De fam. De Wild had een schuur voor z’n koeien en het voer. In de zomer liepen z’n koeien ook op de dijk op de Kaaidijk. Naast het “Zonnehuis” in de Kerkstraat stond de “schuure van Steendiek”. Aan de Noordlangeweg had je tegenover de lagere school de schuur van fam. van Sal Wiskerke en het boerenbedrijf van Jo de Regt. Er was daarachter de schuur ook een boomgaard.

Boerderijen rond Kats


In de Molstraat waren ook wat kleine boeren spulletjes (o.a. van fam. de Back) en de boerderij van Jan de Regt. Dan was er nog in de Dijkstraat de schuur van de fam. van der Maas met de drinkput ( de vaete) aan de Kreekpad.
De eerste boerderij die je tegenkwam als je Kats langs de Oost-Zeedijk uitging was boerderij Oosterstein van fam. R. de Regt. Op deze plek stond al begin 17de eeuw een hoeve, de eerste in de pas ingedijkte polder. De tweede in de 17de eeuw was boerderij Vredehof, waar in mijn jeugd de fam. Breure boerde.
De andere boerderijen rond Kats zijn rond 1700 gebouwd, behalve die in de Leendert Abrahampolder.
Langs de Noordlangeweg lag de boerderij van fam. F. Klaassen, de fam. Sinke en bij de kruising van de Noordlangeweg met de Colijnplaatste Groeneweg lag boerderij Weidezicht van de fam. Bruynzeel. En als je net voor die boerderij rechte de polderweg inslaat kom je op het erf van boerderij Landbouwlust of Boomhoeve van de fam. De Bruijne.

Er zijn verbindingen tussen de families van veel eigenaren van de boerderijen rond Kats. Zo was de fam. de Bruijne van Landbouwlust familie van fam. de Jonge van boerderij Niet als voor dezen in de Zuidlangeweg. Herman(us) de Jonge was getrouwd met een zus van Maarten de Bruijne. Beiden zijn rond 1910 vanuit Zeeuws -Vlaanderen naar Noord-Beveland gekomen en kochten er een boerderij.
Het is trouwens opvallend hoeveel Zeeuwsvlamingen er naar Noord-Beveland kwamen om te boeren.
In de Zuidlangeweg tegenover de Jonge lag de boerderij Panhoeve van de fam. Mol. Iets verder in de weg stond het huis van de rentenierende “boerenjongens” Markusse. Dan kreeg je de boerderij van fam. van Driel, Plant en Bouwlust. Verder in de weg stond nog het huisje van Maarten de Jonge.
Aan de Katse Groeneweg lag de boerderij van fam. Eckhart, Veldzicht. En de hoeve van Klootte. Daar had Fieman ook een bongerd. Richting Kats had je in de Zuidlangeweg nog de boerderij van de fam. van Arenthals, Zeldenrust.
Als je de dijk daar naar het zuiden vervolgt kom je langs boerderij Lommerrijk van de fam. de Vos.

Boerderij Lommerrijk van de Vos en de arbeiderswoningen in de Korte weg

En doorrijdend kom je in de hoek van de Jonkvrouw Annapolder de boerderij de Annahoeve van fam. van der Maas tegen.

Boerderij van der Maas


Aan de Emelissedijk boerde op hoeve Oostende de fam. Klaassen.

Toen de Leendert Abrahampolder werd ingepolderd werd daar een meestoof de Goede Verwachting gebouwd. Deze werd al na een paar jaar ingericht als landbouwschuur. De fam. Priester was de boerenfamilie die daar boerde. Tegen de zeedijk lag nog de boerderij van Tazelaar.

En als je nu de boerderijen rond Kats beschrijft, zijn er nogal wat schuren weg..
Vergleken met het dorp Kats van de jaren ’50 is er nu geen enkele boerenschuur meer. Veel boeren rond Kats zijn een samenwerking aangegaan met anderen. Zo is dat met de fam. de Regt en Breure, waar Schippers ook nog bij zat. Anderen zijn gestopt. Of de functie van de boerderij is een andere. Denk aan Even Buiten bijvoorbeeld. Of boerderij Weidezicht is een camping Weizicht geworden en in de Noordlangeweg en de Zuidlangeweg zijn twee veehouderijen gekomen.
Ook in de Leendert Abrahampolder is er één.
In de Katse Groeneweg is nu de rozentuin Oase waar vroeger de fruit/bessenbossen van de Regt stonden. Waar in mijn jeugd Willem de Vos een boomgaard en een kas met druiven en witlof ( erg modern voor die tijd) had woont nu fam. Noordermeer.

In de kas van Willem de Vos

Zorgboerderij de Kersentuin was vroeger een deel van de boomgaard van Fieman. De boomgaard van Zuideweg is al langer weg. En aan het einde van de Zuidlangeweg exploiteert fam. Louise een fruitteeltbedrijf.

Van betrekkelijk kleinschalig naar grootschalig, van familiebedrijf naar een andere bestuur- en bedrijfscombinatie. Van veel personeel naar nauwelijks personeel. Van mens- en paardenkracht naar mechanische kracht.

Jan de Jonge.