Oude verhalen over Kassenaren.

Zagers en leeglopers.

Als je van plan was te gaan vissen had je aas nodig. Dat kon je kopen, maar je kon ook wat wormen gaan spitten op het slik bij laag water. Daar moest je een vergunning voor hebben eigenlijk. Maar voor een keer kon je dat wel riskeren. De controle was moeilijk uit te voeren door de politie over zo’n groot gebied van slikken.

Leeglopers spitten op de de slikken.


In Goes woonde de familie de Kubber in de Smallegangbuurt en die hadden een handel in aas voor vissers. Die familie nam het in zo nauw met vergunningen om te mogen spitten. Ze kwamen ook op de slikken van de Leendert Abraham polder wormen spitten. Zagers en leeglopers. In een shift hadden ze zo’n anderhalve kilo per man. De Kubbers kwamen altijd met een paar man. Dus die haalden heel wat wormen weg.
Dat illegaal wormen spitten trok de aandacht van de politie. Die probeerde ze op heterdaad te betrappen. Dat viel niet mee, want de Kubbers lieten zich niet zo maar pakken. Ze scheurden met hun auto’s door de polderwegen. Zwommen desnoods naar de andere oever om aan arrestatie te ontkomen. Het was een ruige beruchte familie die de Kubbers.

Iemand vertelde mij dat er zelfs door de politie een aparte manier beproefd werd om ze te kunnen pakken. Een volwassen persoon wou op enig moment als landarbeider bij Willem Priester komen werken. Willem werd ingelicht waarom. De zogenaamde arbeider kwam en naast en tijdens zijn werk hield hij de komst en bezigheden van de wormenspitters, de Kubber, in de gaten. Zo kreeg hij een inzicht wanneer ze kwamen spitten , met welk vervoer en met hoeveel.
De arbeider was een stille van de politie.

Op de ouderwetse manier met een tros leeglopers vissen.

Naast genoeg vissen met een molentje kon je ook zogenaamd peuren. Dat was om paling te vangen. Dan werd een tros wormen aan de lijn gedaan en als je beet had was, peurde je dit met een zwaai op de kant en als je geluk had kon je de gladde kronkelende paling in je leefnet doen.
Pas toen de Belgen op Kats kwamen vissen werd er vaak en deskundig gevist.

Jan de Jonge.


Dorpsfilm Kats 1954 Door Gerard de Fouw.


Bewerking en montage Gerard de Fouw, Colijnsplaat, 2016.
Dank aan Leen van Loon uit Kats en zijn team om alle namen te achterhalen.
Janny de Looff-de Wild voor de voice-over.


Op het Katse stembureau in 1998.

In de Vriendschap heeft de toenmalige wethouder Kees van Damme ( nog familie van deze schrijver) om acht uur het stembureau met stemverheffing geopend. Terwijl er mensen binnen druppelden dronken de dames en heren achter het groene kleed menig kopje koffie met wat erbij.
Rond het middag werd een borreltje gedronken en daarna volgde de lunch.
Op een stembureau zitten is blijkbaar een bezigheid waarbij je lijf veel verbrandt, want rond half vijf meldde zich de frietkar. Een frietje met voor de zittende stembureaubezetting.
Om acht uur in de avond werd men ineens erg actief. Het tellen begon.

Links met de biljartkeu wethouder Kees van Damme en helemaal rechts Piet van der Maas.

Het komt voor dat het kiezen voor een gemeenteraad en voor het waterschap tegelijkertijd plaats vinden. Dan stond er op Kats een wat afgebladderde witte bus voor de stembiljetten voor de gemeente en een groene wat hogere voor het waterschap. Bij het opslaan stond de witte bus links en de groene recht in het opberghok.
En er stond een oranje pion op de tafel waarachter het gezelschap zat. Die pion gaf aan waar die van de gemeente zaten en waar die van het waterschap.
O, ja. In de Vriendschap werd op die dag ook gebiljart.

Jan de Jonge.


De Radio in vroegere tijden.

De radio.
In mijn jeugd zette m’n vader de radio aan en dan kon je meeluisteren. Zelf aanzetten dat deed je niet als klein jongen. Die radio was zo groot als een verhuisdoos. Die kocht je bij Arjaan Korteknie. Korteknie had in de jaren ’30 al een radio in zijn zaak. Zo luisterde Arjaan, zijn vrouw Janna en de klanten op zaterdagavond 30 december 1933 naar de aankomst van de Pelikaan op Schiphol, de eerste postvlucht uit Nederlands- Indië.

Oude radio.

In zijn zaak zaten mensen te luisteren naar een programma of wat anders. Wat moet dat gezellig zijn geweest.
Mijn oom Maarten had nog een oudejaarse radio, die door een accu gevoed werd. Het duurde een tijdje eer hij warm was en er geluid uit kwam. Ik weet nog dat ik bij hen de afsluiting van het Veerse Gat heb gehoord. Door de radio hoorden we de scheepstoeters toen de dam dicht ging.

Berichten voor duivenmelkers.
De radio hoorde je enkel als hij aanstond op bepaalde tijden of als je ziek thuis was. De mazzels of de bof had. Dan kon je de hele dag luisteren en kon e dit horen.
Om kwart over zeven kon je dan met de ochtendgymnastiek meedoen gegeven door Ab Goubitz. De groenteman was even na negen uur. In de stad konden ze dan weten welke groente te konden kopen. Wij aten groente uit ’t of.
Konstanz 198 plus 3; Bingen 202 onveranderd; Kaub 241 plus 11; Grave beneden de sluis 312 min 2. Deze formules sprak een radioman even na negen uur op een monotone toon uit. Dat hoorde je alleen op zondag, want dan was je thuis om die tijd. Dan hoorde je dat de duiven gelost waren in St. Quentin om 10.00 uur bij een matige zuidwesten wind .
’s Zaterdags werden de duiven van de zaterdagvliegers gelost. Kassenaeren zoals de Fouw, Eikenhout, Platschorre, Brouwer, Priester, Meulenberg en Versprille luisteren dan wat zenuwachtig naar die berichten. Onze arbeiders Priester en Slimmen wonnen wel eens wat, maar nooit zoveel dat ze niet meer kwamen werken.
Op zondag luisterden velen naar G.B.J. Hilterman, naar ‘De toestand in de wereld’.

t Weerpraatje.
Voor de kleintjes was er Kleutertje luister met Lily Petersen en Herman Broekhuizen en voor moeder de huisvrouw Kookkunst door mevrouw R. Lotgering- Hillebrand. Om half een de Mededelingen voor land- en tuinbouw. Dan wist dat je stil moest zijn. Voor het weer luisterde mijn vader vaak naar de Belg, want die voorspellingen klopten vaak beter. Dat Belgische weerbericht klonk anders. Die weerman had het over: een anticycloon , lichte koelte en een stijve bries. Boeren en buitenlui keken voor het weer vaak naar de lucht, de natuur en tikten op de barometer voor het weer. Sommigen voorvoelden het aan hun lijf.
’s Middags had je nog een paar programma’s voor de vrouw o.a. Met naald en schaar door Ida de Leeuw- van Rees. Met haar indringende stem.

Zuilen.
In die tijd had je hoorspelen op de radio. Paul Vlaanderen is natuurlijk heel bekend. Wij luisterden op woensdagmiddag naar Saskia en Jeroen van Jaap ter Haar. Later kwam: Ernst Jan en Snabbeltje.
Waar je naar luisterde op de radio werd toen nog bepaald door de zuil waarbij je hoorde. Je had de liberale zuil door hoorde de AVRO bij, de socialistische zuil met de VARA, de katholieke zuil met de KRO, de protestantse zuil met de NCRV en bij de vrijzinnigen hoorde de VPRO.
s Avonds luisterden we naar de NCRV naar Johan Bodegraven met Studio Steravond met daarin als vaste onderdelen de spraakwaterval en mastklimmen met daarin de bekende hamvraag. Degenen die afstemden op de VARA luisterden naar de Showboot. Wim Parel, een creatie van Wim Sonneveld . Joop Doderer en Albert Mol speelden daar ook in mee. Ook had je De familie Doorsnee geschreven door Annie M.G. Schmidt. De Bonte Dinsdagavondtrein van de AVRO was de eerste en bekendste show op de radio in die dagen. Bekende artiesten als Snip & Snap, Toon Hermans, Rudy Carell en Willy Alberti werden hierdoor bekend. Voor de kinderen was er voor het slapen gaan: Het klokje van 7 uur en dus…en Paulus de Boskabouter.

Voetbal.
Voetbalcommentatoren op de radio waren: Leo Pagano, Rien Bal, Bob Spaak en Dick van Rijn. De laatste begon zijn verslag altijd zo: Dag luisteraars, in Nederland, in Oost en West, op zee. In de lucht of waar ook ter wereld, hier is het….stadion in… In de rust kwam dan Jan de Cler met Hup Holland Hup met sneldichten over wedstrijd situaties. Samen met m’n vader , met de sigaar, voor het radiomeubel luisterden we naar de derby’s tegen de Belgen. Je kroop vast in de radio en keek of het groene lichtje ( de afstemming) goed stond.

Waterstanden.
Ik kom nog even terug op de waterstanden. We fietsten in de zomer van 2013 langs de Rijn van Basel naar Duisburg. Het as erg warm weer ( 30+) op die fietstocht. In Bingen sliepen we in een hotelletje langs de prachtige Rijn. Onze bepakte fietsen waren door de baas van het hotel bij aankomst welwillend door hem weggezet. Ook verzorgde hij ons avondeten op het terras. Ondanks de hitte zag hij er onberispelijk uit. Zijn zwarte glimmende kuif netjes gekamd. Een wit overhemd zonder smetje, zware broek en glimmende zwarte schoenen.
In z’n eentje bediende hij het hele terras. Toen we ’s ochtends om half acht ( extra vroeg i.v.m. de hitte overdag) an het ontbijt zaten was deze onberispelijke hotelier er om ons te helpen. Voor we vertrokken moesten we de ergens gestalde fietsen weer hebben. We liepen achter de hotelbaas naar een steeg naast het hotelletje. Dar deed hij twee luiken open van een soort kelder. Eén luik kon maar half open door verroeste scharnieren. In die kelder stonde in de diepte onze deels bepakte fietsen. Eén voor één hees en wurmde hij ze door de nauwe opening. Toen hij de lukken we had gesloten, nam ik hem eens goed op. Geen zweetdruppeltje zag ik, zijn overhemd nog keurig recht en z’n broek ook nog schoon. Onberispelijk, onveranderd.
Toen we langs de zacht kabbelende Rijn Bingen uitfietsten, riepen wij schaterlachend tegen elkaar: BINGEN …ONVERANDERD!!

Jan de Jonge.


Kats viert zijn 400 jarig bestaan(1598 – 1998).

In klederdracht gestoken inwoners zingen een lied bij de onthulling van het beeld.

De straten in Kats waren versierd en de Kassenaren raakten in feeststemming. Op zaterdag 14 juni onthulde de burgemeester de beeldengroep aan de Dijkstraat. De naam van de groep is:
“Van herder en Verder”. Een herder leidt een groepje personen. Burgemeester Everaarts vond het een passende titel. Een herder leidt, verzorgt en beschermt. Dat past bij het karakter van Kats. Omkijken naar elkaar en elkaar toch vrijheid geven en gezamenlijk iets aanpakken en volbrengen.

Die zaterdag liep over van de feestelijkheden. Een rondgang door Kats van Apollo, de muziekvereniging van Wissenkerke. Een demonstratie met Zeeuwse trekpaarden, Zeeuwse klederdrachten werden getoond en er was een optreden over de geschiedenis van Kats.
In de avond feestte men in de Vriendschap verder. Muziekvereniging E.M.M. trad er op en met een feestelijke Katse Nacht werd er tot in de late uurtjes gefeest.
De hele week waren er festiviteiten met o.a. een filmavond, een dorpsbarbecue , een atelierconcert en op zaterdag 21 juni feest voor de Katse kinderen.
In september werd er nog een prachtig historisch spel opgevoerd aan de Oostzeedijk, waar ook enkele in Kats geboren mensen aan meededen. Het spel heette “De Dijk”.

Onthulde van de beeldengroep aan de Dijkstraat. De naam van de groep is:
“Van herder en Verder”.

Jan de Jonge.


Verhaal van Janneke Kramer.

Hierbij nog een verhaal over onze (bijna) dagreis van Sluis naar Kats, op de fiets (zonder versnellingen):
Sluis-Breskens: 21 km, boot naar Vlissingen, dan Vlissingen-Veere: 16 km, bootje Veere-Kamperland, daarna Kamperland-Kats 19 km: totaal ongeveer 55 km!
Wat een reis hè? 
En uiteraard ook weer terug, paar dagen later.
Met 2 kinderen achterop. Later toen ik ongeveer 8 jaar was, ging ik zelf op m’n fietsje mee (moest wel beetje geduwd worden door m’n vader).
En soms ook met bootje Wolphaartsdijk-Kortgene.
Later met de brommer (achterop) en vanaf 1962/63 hadden we een klein Renault 4tje en zijn we nog ingesneeuwd in Kats in de strenge winter en konden we niet naar huis.
Je ging ook weg zonder precieze weersvoorspelling en hoopte dat t niet te hard waaide/regende/sneeuwde enz.
Foto van Janneke haar Opa en Oma Korteknie.

Janneke Kramer.


Zo maar wat herinneringen.

Je fietste naar Kats naar school. Eerst naar de kleuterschool in de Voorstraat en later naar Prinses Margrietschool in de Noordlangeweg. Op een tweedehands fietsje, gekocht bij Korteknie, met blokken op de trappers.

Je schrok van de schrille kreten van de pauw op de hoeve van Eckhart. Of je vond die pauw prachtig als hij stond te pronken op een hek.
Willy, de Duitser zeiden de grote mensen, dribbelde in z’n kiel over het erf.

Je reed wild over hoopjes blubber langs uitgediepte sloten ( dulven). Je viel in die blubber toen de voorvork van je fietsje door de schokken afbrak.
Je vader en moeder vonden dat niet leuk, zacht gezegd.

Flessen karnemelk. 

Als het weer heel slecht werd, mocht je blijven eten bij vrouw van Popering tussen de middag . In de Noordlangeweg woonde die. Het warm eten smaakte anders dan thuis. Eén keer moest neef Herman het niet hebben en at niet van het eten.
We zetten onze fietsjes altijd bij vrouw van Popering.

Je was een verjaarsfeestje en kreeg iets wits in een glas. Het was erg zuur. Je dronk er niet veel van. Het was karnemelk. Anton Morreau was jarig.
Thuis dronk je limonadesiroop aangelengd met water, soms gazeuse. Meestal op schoolreisjes.

Je kreeg een pepermuntje van Bram Markusse, een de jongens van Oart, als hij iets van je wilde weten. Bram tufte met zijn stoomfiets door de polderwegen naar Kats. Hij haalde boodschappen bij vrouw Bruinooge in de Kerkstraat. Ook tufte hij helemaal naar Kortgene om de rekening van ’t waterschap te betalen. Daar vroegen ze dan of hij weer op z’n stoomfiets was.

Je kreeg van juffrouw Stro een pets op je linker hand. Je moest rechts leren schrijven. Soms mocht je bij meester Markusse in de gang oud papier opruimen. Je zong bij hem: Harba Lorie Fa…en In het stille dal klinkt hoorngeschal…
Meester kon prachtig vertellen over de jongens van de Kameleon.

Eine, Hendrik Adriaanse, noemde mij soms :Johannes de Doper, z’n kont is van koper. Hij had ook raadseltjes voor ons kinders. Bijvoorbeeld: Hoe noem je koffie ,die drie dagen oud is? Wij wisten het niet. Ook stuurde hij je om het spiekerzeef of het aerbezemladdertje.

Je ging met buurman Daan ( Mol) naar de film De langste Dag in Goes. In de Peugeot van hem, want buurman Daan reed altijd in een Peugeot. Hij was een tijdje in Frankrijk geweest.
Ik greep een reep chocolade van hem. Of het nu door de spanning van de film kwam, maar de reep was zacht toen in een stukje wilde proeven. Hij was zo zacht dat hij aan mijn broekzak plakte.
Weer was mijn moeder niet blij, zacht gezegd.

Fiets met kartonnetje om langs de spaken lawaai te maken.

Je zat in de woonkamer , de voorkamer, van meester Markusse’s huis over huiswerk gebogen. Na het avondeten spijkerde de meester je Engels bij. Het hielp goed. De vervelende leraar op de ULO snapte er niks van. Van een 4 haalde ik ineens een 7.

Post Korteknie bracht in de avond m nog post of een krant. Hij kreeg vaak een sigaar. Veel later zag je dat je hand in hand met z’n dochter de kleuterschool gang uitliep op de dorpsfilm.

Je vader was boos toen van der Hoofd z’n brommertje inpikte. Mijn vader was visueel gehandicapt en z’n brommertje was zijn alles. Daar tufte rustig mee door de polder en Kats.

We pikten een sigaret uit de auto’s van de jagers. Rookten die stiekem. Eén smaakte altijd naar menthol. Onze vaders wisten het niet, want anders kreeg je op je ziele.

Je verhuisde van Kats naar Kortgene. Je fietste er eens door op weg naar Goes toen je in Schouwen woonde. Of als je van een fietstocht met de trein terug kwam en via Kats naar de Zeelandbrug reed.

Jan de Jonge.


Dirk Morreau stond 15 jaar in Kats.

Hij ging in militair uniform wel op huisbezoek, waarom?
Hij was 2 jaar krijgsmacht predikant in Nederlands-Indië.

Kerst 1949 kon Morreau net nog met z’n gezin vieren. Hij was op 26 november op de boot gestapt in Indië. Op 24 december was hij aangekomen.

Vele Katse jongens heeft hij ervaringen rijker gemaakt als hopman van de Kats padvinderij. Zij gingen op kamp o.a. naar Hilversum. Waarom? In Hilversum was dominee Morreau opgegroeid.

Er moest een gebouw komen waar de Kats gemeenschap samen kon komen. Morreau lukte het een deel van het ingezamelde geld van de Nieuw-Zeelanders te pakken te krijgen.

Dominee Morreau had op zijn manier hart voor Kats.


Van herder naar verder.

(Alle hier genoemde namen van personen en gebeurtenissen zijn historisch correct. Alleen het fictieve dagboek gebruik ik om ’t verhaal leesbaarder te maken)

Uit het dagboek van landmeter en kaartmaker Simon Jansz..

Mei 1593.
M’n broer en ik hebben opdracht gekregen van jonkvrouw Maria van Nassau landmetingen te doen op ’t drijvende Noord-Beveland. Maria van Nassau is de oudste dochter van prins Willem van Oranje.
Ook wil zij dat wij het gebied met stellen, schorren en geulen in kaart brengen om te zien of drooglegging een optie is. Een zeer eervolle opdracht voor ons.
Er zijn sterke geruchten dat jonkvrouw Maria geld nodig heeft om te kunnen trouwen met veldoverste graaf Philips Ernst van Hohelohe. De inpoldering van ’t eiland Noord-Beveland zou veel geld kunnen opbrengen.
Daarom gaan wij, m’n broer Cornelis en ik, als het rustig weer is en na grondige voorbereiding deze opdracht zo spoedig mogelijk uitvoeren.

Juni 1593.
Met een vlet zijn we door het kalme water van het Katse Rak naar de stelle van Kats gevaren.
We troffen er een norse mensenschuwe schaapsherder bij een schamele hutje van plaggen en riet. Daarbij stond een van plaggen en gevlochten wilgentenen opgetrokken onderkomen voor z’n kudde. De herder heeft in dijkresten een hollestelle (drinkput) gegraven. Ook liggen er her en der wildstrikken op dit schamele erf.
We lopen en waden van hier verder naar de stelle Jongedishoeck (tegenwoordig zou dat liggen in de buurt van de boerderij van de de Bruijne’s), die aan een zijgeul van het Kleine Faal ligt. Hier constateren we dat het Kleine Faal met z’n zijgeulen de ‘plaete’ van Colijn nog scheidt van de rest van het drijvende overige land. Hier ontmoeten we “the godfather” van de stellenaars Lodewijk Janse.

We hopen dat deze geharde zwijgzame stellenaar met zijn enorme kennis van dit gebied ons wat wil vertellen. Over stromingen, stroomgaten, over landaanwas en afkalving enzovoort. Als we z’n aanvankelijke achterdocht weggenomen hebben, vertelt hij ons het een en ander. Uit zijn woorden blijkt dat het een hele klus zal worden de stromingen te beteugelen.
Als we dan weer verder gaan zien we af en toe een vangkuil, door de stellenaars gegraven, om vis in te vangen. Langs de geulen, restanten van oude nederzettingen en kreekruggen lopend hebben we ’t schorrenlandschap in grove trekken bemeten en in kaart gebracht.

Augustus 1593.
Verslag uitgebracht aan jonkvrouw Maria van onze werkzaamheden en de uitkomsten daarvan. De grootte van het te beversen (in te polderen) land is: 3894 gemeten schorre met aftrekking van slechte stukken en kreken komen we op: 3770 gemeten gronden.

November 1593.
De Staten van Zeeland beginnen met het beoordelen van het door Maria van Nassau ingediende octrooi tot beversing. Maria heeft bij dat octrooi nog een aantal verzoeken gedaan. Zoals vrijstelling van grondbelasting voor een periode van 14 jaar en vrijstelling van accijns op bier en etenswaren gedurende 3 jaar.

Februari 1595.
Het huwelijk tussen Maria van Nassau en Philips van Hohelohe kan nu gesloten worden. Een brief ontvangen dat Philips zich nu met de inpoldering gaat bezighouden.
Hij heeft een samenwerkingsvorm opgericht om investeerders voor landwinning te interesseren. Mensen met geld kunnen deelnemer in deze z.g. compagnie worden en een aandeel van 100, 50 of 25 hectare kopen.
Landsadvocaat Johan van Oldebarnevelt; ontvanger-generaal Philips van Doublet, Johan van Matenesse, heer van Lisse; de burgemeester van Delft, Govert Brasser; burgemeester Jacques van Borsele e.a. investeren in de inpoldering.

April 1596.
Nogmaals naar Noord-Beveland geweest op verzoek van Philips om opnieuw te meten en polshoogte te nemen. We bemeten de aanwassen (900 roeden).

Mei 1597.
Men is het eens geworden over de verkoop van de schorren binnen de compagnie.

Januari 1598.
Het octrooi en de andere verzoeken zijn ingewilligd door de Staten van Zeeland en de financiering is rond.
In ’t voorjaar gaan we dan eindelijk beginnen met deze omvangrijke inpoldering.
Pieter Stoffelsz. uit Mattenburg wordt de administratieve steunpilaar voor de Oranjes.
Dierick Heinrick, meester dijkbouwer, wordt gevraagd voor de waterbouwkundige zaken.
Op de schorren moet, met aan beide zijden water, een dijk van 14 voet opgetrokken worden. De lengte van de dijk wordt circa 20 kilometer.
Honderden rijswerkers, dijkwerkers, zodenspitters (zodenvonders), kruiwagenrijders, sjouwerslieden, schuitvoerders, paardenknechten, landmeters enz. zijn ingehuurd. Onder hen zijn veel Kinderdijkers en Lekkerkerkers.
Men spreekt over totaal 3000 polderaars en 1500 paarden, die bij de drooglegging betrokken zijn.

Om dit ongeregelde zooitje in toom te houden – er wordt geluisterd dat er ook in mannenkleren gehulde wijven van lichte zeden tussen lopen – wordt een regiment hellebaardiers op Noord-Beveland gestationeerd.
Honderdduizenden kuubs derrie, klei en zand moeten met manden, draagbaren en karren in korte tijd verplaatst worden. Voor het stormseizoen moet ’t klaar zijn.
Met de aanleg van een dijk alleen is met er niet. Er moeten sluizen gebouwd worden om het binnenwater af te voeren. Eén sluis komt bij de haven van Kats en de andere bewesten Colijn (nu nog de Valle).
Tevens wordt een netwerk van watergangen, sloten en greppels gegraven.

25 Juni 1598.
Godlof over enige dagen is het land geverscht overmits het Kleine Faal heeft gestopt en is bekraagd“. Dat schrijft Dierick Heinrick, de meester dijkbouwer, mij.

9 juli 1598.
Men gaat het land verdelen tussen Philips, de andere investeerders en andere rechthebbenden.

Oktober 1598.
Het is gelukt! De Oud-Noord-Beveland polder is drooggelegd. De suatie is klaar en de eerste boerderijen is men aan het bouwen. Men zal de verse vruchtbare grond zo ondiep mogelijk ploegen en dan koolzaad inzaaien.
Pieter uit Mattenburg wordt de eerste rentmeester.
Kats wordt een partionarisambacht d.w.z. een ambachtsheerlijkheid waarin de Oranjes hun rechten delen met de andere heren. De heren van Cats, Willem en Abel van Cats.

Mei 1601.
Nog eens in de nieuwe polder geweest, die nu met de geplante doorn- en elzenbosjes minder kaal is. Zagen nu ook patrijzen in de bosschages. De wegen zijn kaarsrecht getrokken om het onderhoud aan sloten, kreken en vaarten gemakkelijk te maken en om geen vruchtbaar land te verspillen door allerlei knippen.
Tevens hebben we één van de eerste boerderijen bekeken: de statige hoeve Oostersteyn, gesticht door Abel van Cats.
Tot zover het dagboek van Simon Jansz. landmeter en kaartmaker te Zierikzee.
De oudste dochter van prins Willem van Oranje had onvoldoende middelen en bezittingen om een geschikte partij voor veldoverste graaf Philip Ernst van Hohelohe te zijn. Door de inpoldering van de eerste polder van Noord-Beveland was er een bruidschat en kon deze telg van het huis Oranje Nassau in het huwelijk treden. Het prestige van de Oranjes was weer vergroot.

Hoeve Oostersteyn.

In het land waar de families de Bruijne en Breure nu boeren of geboerd hebben zaten nog jaren schelpen of schelpresten in de grond. Oorzaak: een zijgeul van het Kleine Faal liep daar ooit.En het erf en de landerijen van de familie de Regt aan de Oost-Zeedijk zijn wellicht de oudste stukken grond in de omgeving van Kats.
Als je van Kas naar Colijn fietst over de kaarsrechte Noordlangeweg met meestal
westenwind moet je flink stampen, terug gaat beter.
Wat een kunststuk hebben die mensen in die tijd volbracht. Zij veranderden het drijvende eiland met een herder verder naar….een grenzeloos eiland.

De beeldengroep van Ronny Maas-Bazen aan de Dijkstraat in Kats bracht mij eerst op ’t idee om dit stukje te schrijven. En enkele zinnen in het mooie boek ‘Voettocht naar het hart van het land’ van Jan Schuurman Hess deden mij doorzetten.
Vanuit Kats werd de Noordlangeweg van oost naar west gelegd, precies zo dat op de langste dag van het jaar de zon aan het einde van de weg ondergaat. Eén dag in het jaar kun je vanuit Kats zomaar naar de zon lopen.’

Jan de Jonge.


Kleding maekt de vrouwe.

In de verstelmandjes zaete vroeger zeker kepotte sokke, wan die wiere hestopt. Lang è vrouwen kousen en sokken hestopt. Knôôpen anhezet, uutherekt elestiek in je pyjamabroek vervanhe, ’n wienkelhaek in ’t boezeroen van pa herepareed, kniestikken in de wearkbroeken hezet.
Vee andwerkspullen kon je kôôpe in ’t wienkeltje van Janna Aernoutse en Toon de Wild. Laeter bie Piet en Janny van Hilst in de Kearkstraete.

Jurken die hedreage wiere , wiere meestal zealf henoaid. Louisa Remeeus en Lenie Korteknie-e waere vrouwn die voo angdere vrouwen noaide. Lenie hieng ok de boer op. Nae vrouw de Vos of nae van der Maas.
Jufffrouw Stroo was op Kas dehene wa je om petroontjes kon vraehe a je kledieng wou maeke. De zussen Tona, Bertha en Koos Janse vurmen saemen mee angdere meiden van Kas: Bestie van Popering, Pien Hanse, Adrie Fieman en laeter ok Jans de Back ’n hroeje da bie juffrouw Stroo noai- en andwearkles kreeg.
Enz..

Jan de Jonge.


Van wieg tot graf/ de gezondheidszorg in de vorige eeuw in Kats.

Omdat ik in de gezondheidszorg heb gewerkt heb ik wat nageplozen over hoe er hier op Kats werd gezorgd dat je gezond kon blijven en hoe het geregeld was als je ziek werd.
Net als overal is de zorg in de loop der tijd steeds verbeterd en uitgebreid.
Toen in 1910 het Groene Kruis in Kats werd opgericht was dat een flinke verbetering. Want vanaf nu was er een depot waar men verpleegmateriaal kon halen. Rond 1910 was er een uitbraak van tbc en de eerste aanschaf waren een paar tenten voor tbc patiënten. Zo’n tentje kostte 99 gulden een fors bedrag voor
die tijd. In die tenten lagen de tbc lijders buiten in de frisse lucht.
Toen de tenten overbodig waren maakten de jongens van Bram Maas er kippenhokken van.
Het eerste depot van het Groene Kruis was in de Dijkstraat bij familie de Vos ( waar nu Het Spatje is).
Behalve verpleegmateriaal kon je er ook ijs bestellen voor zieken met hoge koorts. Dat ijs kwam uit Colijn waar ze een ijsmachine hadden. De mensen betaalden 6 cent per jaar om ijs te kunnen krijgen als dat nodig bleek.
Toen de familie de Vos vertrok uit Kats ( naar Amerika)werd Leen de Wild, postbesteller en fietsenmaker, in de Kerkstraat depothouder.
Later ging het naar timmerman Piet Schroevers die in de Dorpsstraat nr.24 woonde. Toen mw. Schroevers overleed verhuisde het depot naar dochter Nelly. Nelly C.- S. woonde aan de Noordlangeweg.
Daar gingen de jonge moeders van Kats ook naar toe, want daar was het burootje in de keuken. Het consultatiebureau voor zuigelingen. De weegschaal stond op ’t aanrecht naast het gasstel.
De meeste kinderen werden thuis geboren. Een baakster kwam dan langs. Jane Platschorre was baakster. De baaksters werden vervangen door kraamverzorgsters, dat waren op Kats: Neel Kloosterman en zuster Balkenende. Eén van de eerste moeders , die Neel hielp als kraamverzorgster was de vrouw van slager Klaassen.

Feestwagen van het Rode Kruis met verpleegsters

Voor difterie, kinkhoest en tetanus werd je ingeënt als peuter/kleuter. Voor pokken inenting werd je uitgenodigd o.a. via een aankondiging in het Noordbevelandertje. Kosteloze inenting tegen pokken in de voormalige gemeentekamer te Kats door dr. L.P. Maas voor kinderen beneden 12 jaar. (1951)
En: herhalings injectie DKT te Kats in café Versprille.(1963)
Kinderziektes maakte je door. Waterpokken, mazelen, bof, rode hond en roodvonk. Als die kinderziektes op hun hoogtepunt waren zaten er maar een paar kinderen in je klas, de één na de andere werd ziek.
En dan de bekende krasjes voor controle op tbc. Je keek dan of ze niet opkwamen.
Thuis had je dan nog de huismiddeltjes als je verkouden was abdijsiroop. Dampo om je mee in te smeren en voor een stoombadje. Levertraan voor de nodige versterking. Iets waar menigeen nog nare herinneringen aan heeft vanwege de vieze smaak van levertraan.
Mijn opa zweerde bij een lepeltje mercurius(kwikzilver) bij keelpijn.

De tandarts.
Eerst moesten Kassenaren daarvoor naar Colijnsplaat. In een ruimte van café Zeelandia (van Wienus) hielp een tandarts spreekuur. Later had je tandarts Krommenhoek in Kortgene of een tandarts in Goes. Voor schoolkinderen was er de schooltandartsendienst. Die kwam periodiek met een witte bus schuin voor de school staan.

Het groene Kruis.
Het groene Kruis werd in 1910 opgericht Het bestuur van het Groene Kruis van toen bestond uit hoofdonderwijzer J. Luteijn ( voorzitter), secretaris was postkantoorhouder J. Snoodijk, dijkbaas A. Louwers was penningmeester en boer A. Visser uit de Zuidlangeweg was lid. Samen met Colijnsplaat werd een wijkzuster aangesteld. Colijnsplaat had toen ongeveer 1800 inwoners en Kats ongeveer 600. Kats betaalde derhalve ¼ van haar loon en Colijnsplaat de rest.
Bij zieken kwam de wijkzuster langs. De eerste wijkzuster was een al wat oudere vrouw,zuster van Sabben uit Colijn. Die kwam ’s ochtends met haar fiets onder langs de zeedijk naar Kats. Over de aanschaf van haar fiets as nog een akkefietje. Colijnsplaat wilde aanvankelijk daar niets aan mee betalen. Later gelukkig toch wel. Andere wijkzusters waren zuster Crello, zuster den Ekxel en zuster Slabbekoorn. In die tijd werd praktisch iedere zieke nog thuis verpleegd.
De contributie voor het Groene Kruis was in categorieën ingedeeld. De minima betaalden 50 cent per jaar, bejaarde echtparen 1 gulden, de doorsnee leden 3 gulden en die daar boven 5 gulden per jaar. Toen de welvaart toenam werd dat op enig moment: alleenwonende jaarlijks 10 gulden, een gezin 20 gulden en een gezin met kinderen 22,50.
Na de watersnoodramp van 1953 wilde men in Kats dat een deel van de gift uit Nieuw-Zeeland bestemd zou worden voor een Groene Kruisgebouwtje op Kats. Dit gebeurde niet. In 1965 hebben enkele inwoners van Kats zelf het initiatief genomen voor de bouw van deze noodzakelijke voorziening. Alles werd nu geconcentreerd in dit gebouw aan de Noordlangeweg.

In 1928 was als onderdeel van het Groene Kruis.
In 1928 was als onderdeel van het Groene Kruis de Vereniging voor Ziekenhuisverpleging opgericht. Dokter Maas was de stuwende kracht achter deze oprichting. Dit was hard nodig. Gerard Goudzwaard zei daar ooit dit over: Naar het ziekenhuis in Goes aan de Oostwal ging je pas als je bijna dood was. De oprichting van deze vereniging maakte gelukkig hier een eind aan
Vanaf nu hoefde de gewone man niet meer die vernederende gang te maken langs de deuren met een lijst om geld te bedelen als ziekenhuisopname noodzakelijk was. Met die lijst ,die je bij de burgemeester moest halen, moesten gezinsleden van de zieke langs de deuren geld op te halen. Met die lijst moest je dan naar de diaconie van de kerk en het burgerlijk armbestuur , die het bedrag aanvulden dat nodig was voor.
Bode voor de ziekenhuisverpleging was M. Flipse. Secretaris werd in de jaren ’50 Gerard Goudzwaard. Hij vertelde dat de vereniging 42 ligdagen uitkeerde. Later werden dat een onbeperkte verpleegduur. De vereniging heeft tot 1955 bestaan. Toen sloot men zich aan bij de Vereniging voor Ziekenhuisverpleging Zuid- en Noord-Beveland.

Dokter Maas in zijn Ford op weg naar een klant

Als je het boekje.
Als je het boekje Kats in vroeger tijden doorbladert, zie je dat met het bevrijdingsfeest in 1945 een wagen is met het thema Rode Kruis. Jonge Katse meisjes zie op de wagen staan in een wit uniform met op de bovenarm het Rode Kruis teken. Rond de wagen is witte stof gespannen met en groot rood kruis.
Wat verder bladerend een foto van dokter Maas in zijn T- Ford in 1924. Zijn voorganger was dokter van de Drift ook uit Colijnsplaat. Dokter Maas kocht die om sneller zijn buitenronde te kunnen afwerken. Hij was niet zachtzinnig met zijn patiënten, maar was een kundig arts. Zijn opvolger in 1964 was dokter Klein-Wassink. Bij de fam. de Wild kon je de medicijnen ophalen.

Jan de Jonge.


De knutselschuur van Sien

Mooie houten beeldjes en degelijke producten zijn nu verkrijgbaar in de Knutselschuur tegenover het dorpshuis. Worden gemaakt door Rudy van B. en velen anderen.
Openingstijden: dagelijks van 13.00 -17.00 (behalve zondags).
Prijzen varierren van 5 tot 15 euro.

Kats viert feest met kunstige poezen en bijzondere hobby’s

Hieronder enkele producten van de velen die te koop zijn